Fiscaliteit van de webshop (3): De webshop en de inkomstenbelastingen

Naast BTW kan u zich ook de vraag stellen welk land inkomstenbelasting (personen- of vennootschapsbelasting) mag heffen over de winsten van uw webshop.

De simpele (maar o zo vaak gehoorde) redenering “als ik mijn webserver in Bulgarije plaats, ben ik in dat land aan 10% vennootschapsbelasting belastbaar” is allesbehalve correct. Opnieuw, in praktijk zal het ongetwijfeld veelvuldig voorkomen, maar dat betekent niet dat het correct is!

De Belgische wetgever zal immers uw Bulgaarse webserver aan Belgische belasting onderwerpen, indien blijkt dat de webshop vanuit België geleid wordt.

Dit is een feitenkwestie, en misschien is het bewijs door de fiscus soms moeilijk te leveren. Maar als het gaat om een vennootschap waar enkel de zaakvoerder optreedt, en die zaakvoerder in België woont en hij evenmin reisdocumenten richting Bulgarije kan voorleggen, dan zullen rechters vrij snel geneigd zijn te stellen dat de leiding van de webshop inderdaad vanuit België gebeurde … En je zit dan met Belgische vennootschapsbelasting.

Het feit dat je een Bulgaarse vennootschap hebt, zal geen redding bieden. De Belgische fiscus gaat steeds uit van de ‘zetel van werkelijke leiding’. De nationaliteit van je vennootschap speelt dus geen rol. Ten hoogste hebl je dubbel pech als ook het land van je vennootschap belasting heft … De 2 belastingadministraties vechten dan een ‘onderlinge oorlog’ uit om uit te maken welk land heffingsbevoegd is.

En dat kan zeer lang duren!

Een tweede vraag is dan vanaf wanneer een ander land, naast België, mogelijk belasting kan heffen over de winsten van je webshop in dat bepaalde land. Normaal zal dat niet zo snel gebeuren.

Immers, belasting heffen in een bepaald land anders dan het land van waaruit de verkoop geschiedde, kan enkel indien er in dat tweede land een ‘vaste inrichting’ bestaat. Zo’n vaste inrichting is een onafhankelijk opererend onderdeel van uw onderneming. Een gewone levering naar een ander land zal geen vaste inrichting uitmaken. Geen probleem dus.

De meeste dubbelbelastingverdragen bezien ook het aanhouden van een voorraad handelsgoederen niet als een vaste inrichting. U kan dus perfect goederen stockeren in de haven van Rotterdam, en ze van daaruit verschepen naar uw eindklanten. Opgelet, zoals in een vorige post uiteengezet, kan dit wel invloed hebben op de toepasbare BTW-regels.

Wel even opletten, volgende elementen kunnen aanleiding tot het ontstaan van een vaste inrichting zijn:

  • Een adres waar naast voorraad, ook administratie gevoerd wordt ten dienste van de onderneming.

  • Het aanhouden van vertegenwoordigers in een bepaald land (de meeste verdragen hebben als bijkomende voorwaarde dat de vertegenwoordigers onafhankelijk van de thuiszetel mogen contracteren met klanten).

  • Het aanhouden van toonzalen van waaruit verkopen gebeuren.

Het komt er in praktijk op neer om uw aanwezigheid in het andere land te minimaliseren, wilt u vermijden dat u in dat land onderworpen geraakt aan de inkomstenbelasting. Omdat alle dubbelbelastingverdragen kunnen verschillen, is het ook hier steeds aangewezen tijdig met uw accountant te overleggen!

Tip

Soms kan het erg aan te raden zijn om te zorgen dat je een vaste inrichting in een bepaald land bekomt… zeker als daar de inkomstenbelastingen substantieel lager zijn dan onze Belgische tarieven. Soms komt het er dus op aan de vaste inrichting moedwillig te creëren. Teneinde administratief makkelijk te werken, wordt er soms ook geöpteerd om gewoon in het andere land een nieuwe (dochter)vennootschap op te richten. Opgelet: ook hier speelt steeds de werkelijke leiding een rol om de belastingbevoegdheid te bepalen.

Aandachtspunt

Het aanhouden van een toonzaal of magazijn zal in de meeste gevallen niet leiden tot een vaste inrichting, maar heeft wel belangrijke BTW gevolgen. Verlies die niet uit het oog!